Werkwijze

Het maken van een realistisch olieverfportret is een intensief traject, waarbij rekening moet worden gehouden met  bepaalde regels op het gebied van opbouw, stijl en afwerking. De essentie van een geslaagd portret zit hem wat mij betreft echter juist in de ruimte die ik binnen deze kaders vind, om het werk met inbreng van eigen creativiteit tot leven te roepen.

Deze vrijheid uit zich in mijn werk doorgaans in een bepaalde dynamiek rond de ogen. Mijn portretten kenmerken zich weliswaar als rustig realistisch, maar met een krachtige, sprekende blik. Het is niet verwonderlijk dat juist ogen mij persoonlijk bijzonder fascineren.

Voorbereiding
Onderdeel van de grondige voorbereiding is een fotoshoot, waarna in overleg uit een groot aantal foto’s de juiste keuze insteek wordt bepaald. Als het onmogelijk is het onderwerp te fotograferen zullen we uit bestaand fotomateriaal de juiste opzet kiezen. In gesprek met de opdrachtgever verzamel ik vervolgens details over de karakteristieken van het model. Het is mijn overtuiging dat het ontbreken van dit inzicht leidt tot een statisch portret.

Met deze kennis vormt zich in mijn hoofd het beeld dat ik wil overbrengen. Mijn ervaring is dat dit beeld gedurende het hele traject, van het composeren tot laatste afwerking, niet veranderd en derhalve steeds als leidraad dient.

In een eerste potloodschets zet ik de compositie uit, gevolgd door de eerste lagen zwart-wit / sepia. Bij de vierde of vijfde laag begint het neerzetten van de harde, primaire kleuren van het pallet. Zo ontstaat een ruw beeld dat in volgende lagen door het gebruik van wit steeds zachter en realistischer wordt. Door gebruik te maken van een totale opbouw met tot wel 15 lagen creëer ik diepte en kleurnuances.